Verkeersroutes naar belangrijke openbare gebouwen en OV knooppunten moeten voor visueel gehandicapten bruikbaar en toegankelijk zijn. Onder meer door gebruik te maken van geleidelijnen [ribbeltegels] en waarschuwingsmarkeringen [noppentegels] en door het vermijden van obstakels en abrupte niveauverschillen. Waar mogelijk dient een geleidelijn aan te sluiten op een ‘natuurlijke’ gidslijn, zoals een stoeprand of een doorlopende gevel.

blinden geleidelijn
geleidelijn bij station Blaak

MET GELEIDELIJNEN NAAR HALTES EN GEBOUWEN VIND IK ZELFSTANDIG MIJN WEG