Het loopoppervlak van een verkeersroute dient stroef, vlak en obstakelvrij te zijn. De breedte is afhankelijk van het aantal mensen dat de route passeert. Een vrije doorgang van 90 cm breed is voldoende voor één persoon, al dan niet met hulpmiddelen. Wanneer twee mensen elkaar passeren is een breedte van 120 cm nodig en op druk bezochte routes een minimale vrije breedte van 180 cm.

voldoende verkeersruimte Hoogstraat
voldoende verkeersruimte beurstraverse

ALS DE STRAAT TOEGANKELIJK IS KAN IK VAKER ALLEEN NAAR BUITEN